You are here

Fixatiearm beleid

Bed met tent er op in groen zeil

In AZ Delta willen we de patiënt zo weinig mogelijk belemmeren in zijn bewegingsvrijheid. 
Vrijheidsberovende maatregelen moeten dan ook de uitzondering  blijven want het beperken van de vrijheid is een inbreuk op het respect, de autonomie, de waardigheid en het welzijn van de patiënt. 

Een patiënt kan enkel gefixeerd worden als hij

  • zijn eigen veiligheid (fysische of psychische schade) of die van anderen in het gevaar brengt
  • het goede verloop van een behandeling in het gedrang komt
  • er geen andere alternatieven zijn.

Bv. als een patiënt dreigt uit bed te vallen, kan een tentbed een alternatieve oplossing zijn. In een dergelijk tentbed kunnen patiënten zich gewoon bewegen maar ze kunnen niet uit het bed vallen. Lees hier de informatiefolder over het gebruik van het tentbed. 

Voor de vrijheidsberovende maatregelen toe te passen, moet er overleg gepleegd worden met de behandelende arts en de verpleegkundigen. In dringende gevallen kan een verpleegkundige alleen beslissen, om ernstige lichamelijke schade te voorkomen.
De patiënt of de vertrouwenspersonen krijgen zo snel mogelijk uitleg waarom de vrijheidsberovende maatregelen nodig zijn.

In geval van fixatie wordt minstens elke dag herbekeken of de fixatie nog nodig is of als er intussen alternatieven mogelijk zijn.

De patiënt of zijn vertegenwoordiger moet zijn toestemming geven voor de vrijheidsberovende maatregelen. 

Info: dr. Luc Harlet, voorzitter commissie medische ethiek, 14 februari 2017.