You are here

Lokale en regionale anesthesie (verdovingen)

Lokale anesthesie (verdoving)

Een lokale verdoving is het pijnvrij maken van een klein gebied van het lichaam. Dit gebeurt door  een verdovingsmiddel ter plaatse onder de huid in te spuiten (bv. bij het wegnemen van een wratje, bij het verwijderen van een tand).

Regionale anesthesie (verdoving)

Bij een regionale verdoving is het de bedoeling een ledemaat (of een deel ervan) pijnvrij te maken. Dit gebeurt door een verdovingsmiddel in te spuiten rond de zenuwen die naar het te opereren ledemaat lopen. Daardoor blijft u wakker tijdens de ingreep zonder dat u pijn ervaart. De pijnprikkels vanuit het geopereerde gebied kunnen de hersenen niet bereiken en daardoor voelt u de pijn dus ook niet.

Een regionale anesthesie kan uiteraard alleen voor die gebieden waarin de zenuwen gemakkelijk te vinden en te blokkeren zijn (bv. een arm, been of het onderste gedeelte van het lichaam).

Spinale anesthesie (verdoving)

De spinale verdoving is de zogenaamde ruggenprik waarbij de onderste lichaamshelft wordt verdoofd. Met een fijne naald prikt de anesthesist ter hoogte van de lenden tussen de ruggenwervels. Hij spuit een verdovingsmiddel in het vocht dat zich rond het ruggenmerg bevindt.

Naast een verdoving veroorzaakt deze inspuiting ook een verlamming van de benen die blijft duren zolang de verdoving werkt. Het is een snelle, eenvoudige techniek voor korte ingrepen onder de navel.

Epidurale anesthesie (verdoving)

De epidurale verdoving gebeurt ook via een ruggenprik maar het verdovingsmiddel wordt net buiten het omhulsel van het ruggenmerg ingespoten. Hierdoor duurt het wat langer (ongeveer 15 minuten) voordat de verdoving optimaal werkt. Het grote voordeel van een epidurale verdoving is dat op hetzelfde moment een katheter (een zeer dun buisje) kan worden ingebracht in de ruimte rond het ruggenmerg. Via deze katheter kan de patiënt pijnverdoving krijgen tot zelfs een paar dagen na de operatie.

Info: dienst anesthesie AZ Delta, 13 juni 2014